Infiltratiesysteem voor regenwater: efficiënt oplossen van wateroverlast en droogteproblemen

Kort antwoord

Een infiltratiesysteem vangt regenwater van daken en verharding op, bergt het tijdelijk onder of op de grond en laat het daarna geleidelijk in de bodem wegzakken. Zo belast u het riool minder en blijft het water in de lokale waterkringloop. De benodigde omvang reken je uit met één formule: aangesloten oppervlak in m² maal de bergingseis in mm geeft het aantal liters berging. Of infiltratie op uw locatie werkt, hangt vooral af van de doorlatendheid van de bodem (de k-waarde) en de hoogte van het grondwater.

Wat is een infiltratiesysteem?

Een infiltratiesysteem is een voorziening die regenwater op de plek houdt waar het valt. Op een onverhard stuk grond zakt regen vanzelf weg. Op daken, bestrating, parkeerterreinen en laadpleinen kan dat niet, en daar stroomt het water meestal via kolken en leidingen naar het riool. Tijdens een zware bui kan het riool die piek niet aan, met water op straat of in bedrijfspanden als gevolg.

Een infiltratiesysteem vangt dat water af, geeft het een tijdelijke bergingsruimte en laat het vervolgens in het tempo van de bodem wegzakken richting het grondwater. Dat gebeurt meestal ondergronds, bijvoorbeeld met infiltratiekratten onder een parkeerplaats, maar kan ook bovengronds, zoals bij een wadi. Het voordeel voor de gebruiker van het terrein is dat het maaiveld erboven gewoon bruikbaar blijft.

Hoe werkt een infiltratiesysteem?

Elk goed ontworpen infiltratiesysteem bestaat uit vier schakels die op elkaar aansluiten. Valt er één weg, dan werkt het geheel slechter of korter.

  1. Aanvoer. Regenpijpen, straatkolken of lijngoten brengen het water naar de voorziening. Op bedrijfsterreinen gebeurt dat vaak met roostergoten die in één keer een groot verhard vlak ontwateren.
  2. Voorzuivering. Een bladvanger, zandvangput of slibvang houdt bladeren, zand en slib tegen voordat ze de berging in komen. Water van rijbanen en laad- en losplaatsen kan olie bevatten en gaat dan eerst door een afscheider.
  3. Berging en infiltratie. In de kratten, goten, buizen of kolken wordt het water tijdelijk opgeslagen. Via de bodem en de zijwanden trekt het in de omliggende grond. Hoe snel dat gaat, bepaalt de bodem.
  4. Overloop en ontluchting. Bij een uitzonderlijke bui kan er meer water binnenkomen dan het systeem kan verwerken. Een noodoverloop naar riool of oppervlaktewater geeft dat water een gecontroleerde route, en een ontluchting laat de lucht ontsnappen terwijl het systeem vol loopt.

Welke soorten infiltratiesystemen zijn er?

Alle typen werken volgens hetzelfde principe, maar gebruiken de ruimte op een andere manier. De keuze hangt af van hoeveel water er moet worden geborgen, hoeveel ruimte en diepte er is en wat er bovenop komt: een gazon, een tuinpad of een parkeerterrein met vrachtverkeer.

Type Kenmerk Typische toepassing
Infiltratiekratten Kunststof modules met circa 95 tot 96% holle ruimte, stapelbaar tot elk gewenst volume Tuinen, parkeerterreinen, bedrijfsterreinen, wegen
Infiltratiegoten Betonnen goot die water opvangt, bergt en direct in de ondiepe bodem afgeeft Openbare ruimte, straten, pleinen
Infiltratiekolken en -kokers Verticale, zelfdragende betonelementen met drainerende stenen Beperkte horizontale ruimte, langs wegen en opritten
Infiltratiebuizen (IT-riool) Transport en infiltratie in één leiding, verspreid over een lang tracé Woonwijken, lange wegen
Infiltratietunnels Open onderzijde, water infiltreert vooral naar beneden Kleinere particuliere projecten
Grindkoffer Traditionele oplossing met veel minder holle ruimte dan kratten, dus meer graafwerk Kleine volumes, bestaande situaties
Wadi Bovengrondse, begroeide verlaging met een bodempassage die water ook filtert Openbaar groen, ruime terreinen

In de praktijk bestaat een infiltratiesysteem vaak uit een combinatie van deze typen. Een distributiecentrum kan bijvoorbeeld het dakwater naar een krattenveld leiden en het laadplein via infiltratiegoten laten afwateren. Kratten zijn het meest gebruikte type omdat ze per kubieke meter uitgraving het meeste water bergen: een krattenveld heeft tot circa drie keer zoveel bergend vermogen als een grindkoffer van dezelfde omvang. Wilt u meer weten over de levensduur en garantie van kratten, lees dan ons artikel over FRÄNKISCHE infiltratiekratten met 50 jaar garantie.

Tip: komt er zwaar verkeer over het infiltratiesysteem? Let dan op de belastingklasse van de krat. Een krat met SLW 30 is bedoeld voor bijvoorbeeld personenauto's en groenzones, SLW 60 voor wegen en terreinen waar vrachtwagens rijden. Kies bij twijfel een inspecteerbare krat, zodat het veld later met een camera gecontroleerd en doorgespoten kan worden.

Is uw bodem geschikt voor infiltratie?

Dit is de vraag die het vaakst wordt overgeslagen, terwijl hij het meest bepaalt. Een infiltratiesysteem dat op papier genoeg liters heeft, maar in dichte grond ligt, blijft na een bui dagen vol staan. Twee factoren zijn doorslaggevend.

De doorlatendheid: de k-waarde

De k-waarde geeft aan hoe snel water door de grond beweegt, uitgedrukt in meters per dag. Een k-waarde van 1 betekent dat water zich ongeveer één meter per etmaal door de bodem verplaatst. Onder die grens wordt infiltreren doorgaans afgeraden. De tabel geeft een indicatie per grondsoort.

Grondsoort Indicatieve k-waarde (m/dag) Geschikt?
Grind meer dan 200 Zeer goed
Grof zand met grind 50 tot 200 Zeer goed
Grof zand 10 tot 100 Goed
Fijn zand 1 tot 10 Meestal geschikt
Zeer fijn zand 0,001 tot 1 Twijfelachtig
Klei en leem vrijwel nihil Niet geschikt

Voor een eerste inschatting kunt u zelf een eenvoudige proef doen: graaf een gat van 30 x 30 x 30 cm, vul het met water en laat de grond een paar uur verzadigen. Vul daarna opnieuw en meet hoe lang het duurt voordat het water weg is. Bij grotere projecten is een sondering of een infiltratieproef door een adviesbureau gebruikelijk. Bij een sondering wordt onder meer het wrijvingsgetal gemeten; een waarde tot ongeveer 2 wijst op zand, een hogere waarde op leem of klei.

De grondwaterstand

De berging moet boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) liggen. Ligt het infiltratiesysteem in het grondwater, dan loopt het vol met grondwater en heeft het geen bergende functie meer voor regenwater. Als vuistregel hanteren leveranciers dat het grondwater bij kratten minimaal zo'n 80 cm onder maaiveld moet staan en bij infiltratietunnels ongeveer 1,2 meter. Gegevens over grondwaterstanden en bodemopbouw vindt u bij uw gemeente of via DINOloket.

Let op: kijk niet alleen naar een droge zomer. Juist in de winter en het vroege voorjaar staat het grondwater het hoogst, en dat zijn ook de maanden met langdurige neerslag. Een infiltratiesysteem dat in augustus perfect werkt, kan in februari half vol grondwater staan.

Is de bodem ongeschikt? Dan is infiltratie niet per se uitgesloten, maar verandert de aanpak. U kunt kiezen voor meer berging met een vertraagde afvoer naar riool of oppervlaktewater. Een wervelventiel, ook wel debietbegrenzer genoemd, begrenst dan de hoeveelheid water die per seconde het terrein verlaat. Het water wordt zo gebufferd in plaats van geïnfiltreerd.

Infiltratiesysteem berekenen: rekenvoorbeeld

Voor het dimensioneren van een infiltratiesysteem gaat u uit van één eenvoudige omrekening: 1 mm neerslag op 1 m² is 1 liter water. Daarmee komt u in vier stappen tot een eerste inschatting.

  1. Bepaal het aangesloten oppervlak. Tel alle daken (in horizontale projectie, dus zoals u ze van bovenaf ziet) en verharding op die op het systeem afwateren.
  2. Zoek de bergingseis op. Deze staat in het omgevingsplan of de hemelwaterverordening van uw gemeente, in mm per m² verhard oppervlak.
  3. Reken het bergingsvolume uit. Oppervlak x bergingseis = benodigde berging in liters.
  4. Deel door de netto inhoud per krat. Gebruik de netto berging uit het productblad, niet de buitenmaat.

Voorbeeld: bedrijfshal met 1.000 m² dak

De gemeente hanteert een bergingseis van 60 mm.

1.000 m² x 60 mm = 60.000 liter (60 m³) berging.

Een inspecteerbare krat van 800 x 800 x 660 mm heeft een bruto inhoud van circa 422 liter. Bij 95% holle ruimte is dat netto ongeveer 400 liter.

60.000 / 400 = circa 150 kratten, bijvoorbeeld in één laag van 10 bij 15 kratten (8 x 12 meter).

Leegloop: dat veld heeft een bodemoppervlak van ongeveer 96 m². In fijn zand met een k-waarde van 1 m/dag zakt er via de bodem grofweg 96 m³ per etmaal weg. Met een veiligheidsmarge voor dichtslibbing van factor 2 is het veld na ongeveer anderhalve dag weer leeg. Dat past ruim binnen de 2 tot 5 dagen die gemeenten vaak aanhouden.

Dit voorbeeld laat meteen zien waarom de vorm van het veld ertoe doet. Stapelt u dezelfde 150 kratten in twee lagen, dan halveert het bodemoppervlak en duurt het leeglopen twee keer zo lang. Op goed doorlatend zand is dat geen probleem, op fijn zand kan het net het verschil maken. Het is een vereenvoudigde berekening; bij grotere projecten rekent een adviseur met regenreeksen, zijwandinfiltratie en de werkelijk gemeten k-waarde.

Laat uw infiltratiesysteem doorrekenen

Stuur ons het aangesloten oppervlak, de bergingseis van uw gemeente en wat u weet over de bodem. Met ruim 25 jaar ervaring stellen we een passend systeem samen, van kratten en inspectieputten tot goten en debietbegrenzers. We zijn dagelijks telefonisch bereikbaar van 08.00 tot 20.00 uur.

Vraag advies aan

Welke regels gelden in 2026?

Er is geen landelijke bergingseis. Sinds de invoering van de Omgevingswet zijn de oude hemelwaterverordeningen van rechtswege onderdeel geworden van het omgevingsplan van de gemeente, en gemeenten hebben tot 2029 om die regels definitief in hun nieuwe omgevingsplan op te nemen. Daardoor verschillen de eisen sterk per gemeente. Een paar voorbeelden uit actuele verordeningen:

  • Rheden werkte met 20 mm per m² verhard oppervlak en onderzocht een verhoging.
  • Rijswijk vraagt minimaal 50 mm.
  • Beekdaelen en Zevenaar hanteren 60 mm (60 liter per m²), een waarde die veel gemeenten gebruiken.
  • Er zijn ook gemeenten die voor nieuwbouw 100 mm per m² eisen.

Naast de hoeveelheid stellen gemeenten vaak een eis aan de leegloop, bijvoorbeeld dat de berging binnen 2 tot 5 dagen weer voor 90% beschikbaar moet zijn. Bij grote ontwikkelingen, vaak vanaf 500 of 2.000 m² extra verhard oppervlak, verschuift de eis naar de watertoets van het waterschap. Controleer daarom altijd het omgevingsplan van de betreffende gemeente, of vraag het na bij het Omgevingsloket.

Waarschuwing bij bedrijfsterreinen: schoon dakwater mag meestal zonder meer infiltreren. Water van parkeerterreinen, rijbanen, tankplaatsen en laad- en losplaatsen kan olie, brandstofresten of zware metalen bevatten. Dat hoort niet in de bodem. Plaats vóór het infiltratiesysteem een slibvang en, waar nodig, een olieafscheider, en stem de voorwaarden af met gemeente en waterschap. Meer achtergrond vindt u in onze veelgestelde vragen over olieafscheiders.

Een infiltratiesysteem aanleggen en onderhouden

De meeste problemen met infiltratiesystemen ontstaan niet door te weinig kratten, maar door details bij de aanleg. Waar moet u op letten?

Locatie en afstanden

Leg een infiltratiesysteem niet onder of direct naast een gebouw. Een veelgebruikte richtlijn is minimaal drie meter afstand tot een kelder, zodat er geen water naar binnen trekt als de kelder niet waterdicht is. Houd bomen op afstand om ingroei van wortels te voorkomen; de kruinbreedte is daarbij een praktische maat. Controleer ook de ligging van kabels en leidingen. Op drukke terreinen kan het slim zijn om infiltratie, kabelgoten en boomwortelruimte in één ondergronds ontwerp te combineren, zoals we beschrijven in kabelgoten, infiltratie, leidingen en bomen in één systeem.

Geotextiel, gronddekking en belasting

Kratten worden rondom ingepakt in waterdoorlatend geotextiel. Dat doek laat water naar buiten, maar houdt zand en grond buiten het krattenveld. De benodigde gronddekking hangt af van het type krat en de verkeersbelasting erboven. Er zijn projecten waarbij kratten met belastingklasse SLW 60 met slechts 60 cm gronddekking onder een parkeerterrein zijn aangelegd. Volg altijd de inbouwvoorschriften van de fabrikant, want die bepalen de draagkracht.

Inspectie en onderhoud

Wat eenmaal ondergronds zit, haalt u er lastig weer uit. Onderhoud begint daarom bij de voorzuivering: maak zandvangputten en kolken periodiek leeg, zeker na de bladval in het najaar. Een inspectieput of een krat met inspectietunnel maakt het mogelijk het veld met een camera te bekijken en zo nodig door te spuiten. Houd ook in de gaten hoe het infiltratiesysteem zich na een flinke bui gedraagt. Blijft het opvallend lang vol staan, dan is dat een signaal van dichtslibbing of een gestegen grondwaterstand.

Fiscaal voordeel: MIA 2026 voor een infiltratiesysteem

Ondernemers die bij een bestaand bedrijfsgebouw of bestaande woningen investeren in een infiltratiesysteem of wadi, kunnen in 2026 in aanmerking komen voor 36% milieu-investeringsaftrek (MIA). Het gaat om bedrijfsmiddel D 5342 op de Milieulijst. De belangrijkste voorwaarden:

  • de locatie ligt in de bebouwde kom of op een bedrijventerrein;
  • de infiltratiecapaciteit neemt toe ten opzichte van de bestaande situatie;
  • de uitbreiding is geen verplichting van de gemeente of een andere overheid;
  • het is geen voorziening voor land- of tuinbouw, en gebouwriolering zoals dakgoten en regenpijpen telt niet mee.

Let op de termijn: de aanvraag moet binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting bij RVO binnen zijn, dus gerekend vanaf de opdracht of bestelling en niet vanaf de factuur. Omdat de voorwaarden jaarlijks wijzigen, is het verstandig de actuele Milieulijst te raadplegen of uw fiscalist in te schakelen.

Toepassingen per sector

De basis van een infiltratiesysteem is overal gelijk, maar de accenten verschillen per type terrein.

Distributiecentra, havens en industrie. Grote dakvlakken leveren in korte tijd veel water. Hier gaat het om tientallen tot honderden kubieke meters berging, zware verkeersbelasting (SLW 60) en scheiding tussen schoon dakwater en mogelijk vervuild terreinwater. Lees ook hoe u wateroverlast op bedrijventerreinen voorkomt.

Openbare ruimte en infrastructuur. Gemeenten zetten infiltratiegoten, IT-riolen en krattenvelden onder pleinen en straten in om het gemengde riool te ontlasten en hittestress tegen te gaan.

Sportcomplexen en scholen. Onder sportvelden en speelpleinen blijft het maaiveld bruikbaar, terwijl de ondergrond het water van kleedaccommodaties en parkeerplaatsen verwerkt. Kratten met SLW 30 zijn hier vaak voldoende.

Woningbouw, huis en tuin. Voor één woning volstaan vaak enkele kant-en-klare kratten per regenpijp. Bij een aanbouw geldt de bergingseis meestal alleen voor het nieuwe oppervlak.

Veelgestelde vragen over infiltratiesystemen

Hoeveel infiltratiekratten heb ik nodig?

Vermenigvuldig het aangesloten oppervlak in m² met de bergingseis in mm; dat geeft het aantal liters. Deel dat door de netto inhoud van één krat. Bij 100 m² dak en 60 mm heeft u 6.000 liter nodig, wat bij kratten van 400 liter netto neerkomt op 15 stuks.

Kan ik een infiltratiesysteem aanleggen op kleigrond?

Op klei en leem zakt water nauwelijks weg, en bij een k-waarde onder circa 1 meter per dag wordt infiltreren afgeraden. Een alternatief is regenwater bufferen in kratten en het vertraagd afvoeren met een debietbegrenzer. Soms ligt er dieper een zandlaag die met een verticale voorziening bereikbaar is.

Hoe diep ligt een infiltratiesysteem?

Er is geen vaste diepte. De onderkant moet boven de hoogste grondwaterstand blijven en de bovenkant heeft voldoende gronddekking nodig voor de verkeersbelasting. Onder een tuin kan dat ondiep, onder een parkeerterrein bepaalt de belastingklasse van de krat de minimale dekking.

Is een infiltratiesysteem verplicht?

Dat bepaalt uw gemeente. Veel gemeenten eisen bij nieuwbouw en uitbreiding een minimale berging op eigen terrein, vaak rond de 60 mm per m² verhard oppervlak. Die regels staan in het omgevingsplan. Bij bestaande gebouwen zonder verbouwing is aanleggen meestal vrijwillig.

Wat is het verschil tussen infiltratie en drainage?

Bij infiltratie brengt u regenwater de bodem in, bij drainage haalt u overtollig grondwater er juist uit. Beide kunnen op één terrein voorkomen, maar ze moeten zo ontworpen zijn dat ze elkaar niet tegenwerken.

Hoe lang gaat een infiltratiesysteem mee?

Kunststof kratten van polypropyleen zijn gemaakt voor een zeer lange levensduur; FRÄNKISCHE geeft op zijn infiltratiekratten 50 jaar garantie. De praktische levensduur hangt vooral af van goede voorzuivering en onderhoud, zodat het systeem niet dichtslibt.

Heb ik een overloop nodig?

Ja. Ook een goed berekend systeem kan bij een extreme bui vol raken. Een noodoverloop naar het riool of oppervlaktewater voorkomt dat het water zelf een weg zoekt, bijvoorbeeld richting de gevel. Vaak wordt de overloop gecombineerd met de ontluchting.

Op zoek naar de juiste onderdelen? Bekijk ons complete assortiment infiltratiesystemen, met infiltratiekratten, infiltratiegoten, infiltratiekolken, PE-inspectieputten en wervelventielen.